1996 08 06

 

Honden op een schip

Toen het schip verging zwom ik en zwom ik, geen van mijn makkers kon ik vinden. Ik zwom zó lang en zó ver, dat ik bij een hoek van de wereld kwam. Ik twijfelde: terug zwemmen zou niet gaan. Ik besloot de gok te wagen en de hoek over te gaan. (de rand van de kubus die de wereld is) Hoewel ik zwom, leek het wel alsof ik dichterbij de rand moest klauteren, de laatste 7 meter werden steeds zwaarder. Toen kwam ik bij de rand en ik zag een enorme diepte. Het water viel er zó af, niet zo snel als van een waterval, het leek eerder te stromen. Ik keek naar de zon: het was net ochtend.

Eerst 1 been, toen het andere been, toen de rest en met een noodgang lanceerde ik mijzelf stroomafwaarts. Kei en keihard. Ik kreeg het stikheet. Met moeite probeerde ik te blijven drijven op mijn rug.
Precies toen de zon achter mij zou verdwijnen, zag ik een zeilschip voor me. In het schemerdonker kon ik niet zien of men mij zag. Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat het een boot was vol met wilde honden. Hun koppen staken precies boven het dek uit. Ze hadden me gezien, maar ze gaven geen kik. Ik zwom naar het schip, ik had niets meer te verliezen. Langs het touw klom ik omhoog. Aan boord werd ik verassend vriendelijk behandeld. Het leek zelfs wel of ze op me gerekend hadden. Een lange tafel stond gereed met allemaal spijzen en dranken en aan weerszijden zaten 4 grote honden. De stoel aan het hoofd van de tafel was onbezet en iets van de tafel afgeschoven. De hond links van mij knikte dat ik kon gaan zitten. 12 rode fakkels stonden in een cirkel op de tafel. De zon was geheel onder gegaan.

Als je langs een spiegel loopt, kun je de aandacht laten vestigen op je spiegelbeeld zodat je zelf iets anders kunt gaan doen. De wereld is eigenlijk een gordijn, dat je opzij kunt schuiven, en van waarachter de droomwereld te voorschijn komt.