1996 07 17

 

Duizend doden

Richard had een atelier gehuurd. Een soort schuur/kleder bij het water. In het donker moest je uitkijken of je niet tussen de planken stapte, zodat je been nat zou worden in het onderliggende water. Wat kussens, dat was de inrichting. 1 lamp verlichtte het geheel een beetje. Hij verteld over zijn liefdesverdriet. Ik hield ervan als hij ging vertellen; hij nam je altijd mee, heel ver weg. Er stond nog wat eten en ik nam ervan. Hij zei: 'Tast toe, het is rauw vlees.'  Hij liet zijn honden altijd uit aan de andere kant van de snelweg. Maar ze luisterden niet meer. Niet 1 kwam er terug.

Ik viel in slaap en murmelde: 'Satan je kunt me niet pakken, je kunt me niet doden. Je kunt me door 1000 pijnen jagen maar mijn lichaam en geest kun je niet doden. Ik houd van God en hij van mij.' Hierop begon ik constant te zinken in mijn bed, maar ik bleef het bovenstaande herhalen. Het zinken werd angstaanjagend, ik ging door vele levens heen. Maar ik hield vol. Toen lag ik op mijn rug en voelde me verlicht. Ik vroeg God of hij me nu wilde laten uittreden, ik wilde het graag, maar ik voelde dat God het op dit moment niet wilde. Ik drong aan; ik wilde een bewijs hebben dat dit gevecht gebeurt was. Ik begon te zweven. Ik lag op mijn rug en voelde of ik de lucht in ging door mijn handen naast me aan over matras te wrijven. Eerst leek het alleen maar of ik zweefde, maar later moest ik dieper reiken om het matras te voelen. Ik zweefde, liggend op mijn rug. Ik zweefde bij het bed weg, de dekens hingen over me heen, aan twee kanten naar de grond toe. (Het is dat hoge bed in de Beethovenlaan) Door mijn fontanelletje zag ik mijn moeder binnen komen, door een kier in de deur. Ik kantelde, en zo stond ik zwevend in de lucht, met 1 teen op de bedrand en de andere voet in de lucht. De dekens stonden als een Egyptische mantel om me heen. Ik voelde hoe mijn moeder schrok, maar door haar moederliefde kon ze besluiten niet bang weg te gaan, maar haar beide armen uit te steken. Ik stak de mijne uit en onze vingers raakten elkaar aan. Ze bracht me heeeel langzaam naar de grond. Ze wilde me eerst heel snel naar beneden trekken, maar bedacht zich dat ik dan wakker zou schrikken en zou vallen, vandaar dat ze het heel langzaam deed. 'Jij bent Maria' wist ik toen. Toen ik op de grond terecht was gekomen kroop ik in haar armen en wakker wordend murmelde ik: ik heb iets heel belangrijks gedaan, ik ben 1000 doden gestorven en ben door duizend vuren gegaan, maar Satan kon me niet pakken. Ik bleef voor God kiezen. Ik zei: je kunt mijn lichaam doden maar mijn geest niet.' Mijn moeder streelde me, ik kon maar moeizaam praten